Bezige beestjes

De zomer is hier! Dat betekent zonnige dagen, warme avonden, veel buiten en allerlei actieve en vaak nuttige beestjes. Sommige zijn leuk om te zien, andere kunnen voor klachten zorgen. Lees wat wij doen om overlast tegen te gaan en ontdek wat je zelf kan doen om vervelende verrassingen te voorkomen.

Maden en vliegen

Met warm weer kan je container gaan stinken. Of er kruipen maden uit. Dat is niet gevaarlijk, maar wel vies. Met deze tips houd je je container schoon en fris:
• Leg een oude krant of wat stro onder in de container. Zo houd je je container droog en blijft het afval niet plakken.
• Maak je lege container regelmatig schoon met water en een scheutje azijn of groene zeep. Gebruik geen chemische middelen in de gft-container!
• Vliegen komen af op etensresten. Ze leggen daar hun eitjes in. Stop etensresten daarom in een krant of een biologisch afbreekbare zak in de gft-container.
• De geur van mottenballen houdt vliegen op afstand. Stop wat mottenballen in een oude panty en knoop deze vast aan het handvat.
• Luiers horen in de restafvalbak. Verpak ze goed in een dichtgeknoopte (luier)zak. 

Toch maden in een container? Zo krijg je ze weg:
• Klimop, of hedera, is giftig voor maden. Leg af en toe een takje in de container en de maden gaan dood. 

Ganzen

In onze gemeente leven verschillende soorten ganzen. Ze horen bij Goes en bij de natuur. De boerengans is de witte gans  die hier in groepjes het hele jaar rondloopt, bijvoorbeeld bij het Hertenkamp of de Oostsingel. De grauwe gans is bruingrijs. Die zie je vooral van maart tot juli in de stad om te broeden. Zodra hun jongen kunnen vliegen, vertrekken de meeste grauwe ganzen weer. De grauwe gans is een beschermde wilde vogel. Daarom mag je de dieren en hun nesten niet verstoren.

Soms zorgen de ganzen voor overlast door poep op straat, in speeltuinen of op bankjes. Heb je last van ganzenpoep in de openbare ruimte? Meld dit via Fixi. Kies de categorie Ganzenoverlast. De gemeente maakt de plek dan schoon. Hoe help je zelf mee? Voer de ganzen niet. Ze eten gras, geen brood. Door ze te voeren blijven ze langer of kunnen ze agressiever worden. Houd ook afstand als ze jongen hebben. En wacht rustig tot ze de weg oversteken. Komen ze in je tuin? Dan mag je ze voorzichtig proberen weg te jagen. Vang of dood ze niet.

Bruine ratten

Ratten zijn slim en zoeken overal voedsel. Ze graven gangen, knagen aan hout en kunnen ziektes verspreiden. Ze komen af op voedsel, water en beschutte plekken. 

Zo houd je ratten weg:
• Gooi huishoudelijk afval in goed afgesloten containers.
• Bewaar voer voor bijvoorbeeld een konijn of kippen in een afgesloten bak en strooi geen voer op de grond.
• Sluit ’s nachts buitendeuren en kelderramen goed af.
• Zorg dat composthopen netjes afgesloten zijn.

Heb je rattenoverlast op eigen terrein? Bel dan de rattenbestrijder via telefoonnummer 0113 - 238 383. De rattenbestrijder komt kijken en geeft je advies of plaatst rattenkistjes. Als er klemmen in de kistjes zitten, controleert hij regelmatig of dit genoeg helpt.

Eikenprocessierups

In mei, juni en juli gaan eikenprocessierupsen ’s nachts op zoek naar eikenbladeren om te eten. De brandhaartjes van de rupsen zijn zo klein dat je ze niet kunt zien. Ze komen makkelijk op je huid, in je ogen of zelfs in je longen. Je krijgt er jeuk, huiduitslag en rode of prikkende ogen van. Voorkom daarom contact met de rupsen, lege nesten of resten ervan. Dat geldt ook voor kinderen en huisdieren.

Zie je een nest van de eikenprocessierups? Meld dit via Fixi. Geef de locatie duidelijk aan. We halen de nesten weg op plekken die direct gevaarlijk zijn voor mensen. Bijvoorbeeld bij scholen, sportvelden, fietspaden of wandelroutes. 

Geelpoothoornaar

Misschien ken je dit beestje onder de naam Aziatische hoornaar. Dit jaar kreeg hij een andere naam: de geelpoothoornaar. Dit insect is een invasieve exoot, hij komt in ons land van nature niet voor. De geelpoothoornaar is schadelijk omdat hij bijen, hommels en andere nuttige insecten opeet. Hij verspreidt zich snel omdat hij hier bijna geen vijanden heeft. Daardoor is hij niet helemaal meer weg te krijgen en moeten we ermee leren leven.

In het voorjaar ontwaken de jonge koninginnen uit hun winterslaap. Ze maken een klein nest op een beschutte plek. Zoals in een schuur, tuinhuis, struik of onder een afdak. Vanaf eind mei verhuizen ze naar een groter nest, vaak hoog in een boom. Zo’n nest kan zo groot worden als een skippybal. 

De gemeente kan niet alle nesten weghalen, want dat zijn er te veel. Daarom halen we alleen nesten weg op plekken binnen de bebouwde kom die direct gevaarlijk zijn voor mensen. Bijvoorbeeld bij scholen, sportvelden, fietspaden of wandelroutes. 

Zie je een nest van de geelpoothoornaar op een plek waar mensen gestoken kunnen worden? Meld dit via Fixi. Kies de categorie geelpoothoornaar. Voeg een foto toe. Zo kunnen we goed controleren of het echt om een nest van de geelpoothoornaar gaat. Meer weten? Kijk op goes.nl/ongediertebestrijding

Van muggen tot mieren

In de zomer kunnen mieren, muggen, wespen en teken voor irritatie zorgen. Vergeet ook niet dat veel insecten planten helpen om te groeien, fruitsoorten bevruchten, afval opruimen of voedsel zijn voor vogels en vleermuizen.

• Laat geen etensresten of zoete drankjes buiten staan.
• Zet geen bakjes of emmers met stilstaand water in de tuin neer. Muggen leggen daar eitjes in.
• Mieren houden van droge plekjes tussen tegels en stenen. Veeg regelmatig zand, kruimels en bladeren weg en spoel het terras af met water.
• Houd ramen en deuren ’s avonds zoveel mogelijk gesloten als het licht aan is. Toch een raam open? Zet er dan een hor voor.
• Controleer jezelf, je kinderen en huisdieren op teken na een wandeling in hoog gras of het bos.
• Laat insecten zoveel mogelijk met rust. Wespen steken meestal alleen als ze zich bedreigd voelen.

Meld via Fixi

Ga naar www.goes.nl/fixi